Inrichting

Plattegrond

Routes

Het padenstelsel in het arboretum is uitgebreid en daarom zijn routes uitgezet. De drie kleurenroutes (rood, blauw en geel) zijn ingesteld op basis van duur. Ze variëren van een half uur tot ca. anderhalf uur.
Daarnaast is er een kennisroute. U wandelt langs een serie van 5 informatieconsoles waarmee u uw kennis over biodiversiteit boven- en ondergronds, water en hout kunt ophalen of uitbreiden, alles laagdrempelig verwoord.
Het z.g. 'schelpenpad' (u loopt op een laag van gebroken schelpen) is een route met 2 lussen (kort en lang) die u een zo uitgebreid mogelijk beeld van het arboretum geeft. Het loopvlak is ontworpen om hulp te bieden aan blinden en slechtzienden. Het inhoudelijke aspect van de route bestaat uit brailleborden en een speciale app. De laatste zal t.z.t. ook worden aangepast aan slechtzienden.
Naast deze routes kent het arboretum nog vele kleinere paden, vaak onverhard, voor de avontuurlijkere bezoeker.

Water en land

In 1924 was het huidige arboretum een zeer natte plek, met een hoge grondwaterstand en veel kwelwater. 90 jaar later zijn de 'sporen' daarvan nog zichtbaar. Na alle ontwatering van de afgelopen 90 jaar (een gevolg van toenemende bewoning van het gebied) is het arboretum nog de gelukkige 'eigenaar' van opwellend kwelwater.
Het water stroomt vanaf grofweg de ingang van het arboretum af naar het lager gelegen stuk aan de Gooyerdijk. Het loopt door een stelsel van slootjes dat een drietal vijvers met elkaar verbindt en uiteindelijk afwatert in de Gooyerwetering.

Op de grens van water en land zijn op diverse plaatsen bijzondere oevervegetaties ontstaan met een keur aan biodiversiteit, zowel dierlijk als plantaardig. Het kwelwater is van een hoge kwaliteit wat herkenbaar is aan bijzondere kwelplanten en bijzondere dieren langs en in het water.

Ruimte

Bij de overname van het arboretum door de gelijknamige stichting in 2010 is er zeer veel aandacht en arbeid besteed aan het optimaliseren van het evenwicht tussen licht en schaduw, hoog en laag, open en gesloten.
Het arboretum was vooral gesloten, hoog en donker. Dat leverde een nogal 'vermoeiend' beeld op. Los daarvan waren veel struiken zodanig gegroeid dat horizontaal zicht op veel plaatsen werd geblokkeerd ('muren') en veel fantastische boomstammen onzichtbaar werden.
Inmiddels is dat beeld drastisch veranderd door het verwijderen van vele tientallen niet-collectiegebonden bomen (vooral Douglassparren) en het snoeien of verwijderen van veel struiken.
Het huidige beeld is parkachtig met veel brede doorkijkmogelijkheden, enkele zichtlijnen, glooiingen en open ruimtes. Er komt weer veel licht het arboretum binnen, wat sowieso goed is voor de lagere beplanting. De beleving voor mensen is nu veel meer van rust en ruim opgezette afwisseling.

Ecologie

De ecologische inventarisatie van 2013 [pdf] spreekt heldere taal: het arboretum is een hotspot voor biodiversiteit. De enorme rijke afwisseling van biotopen zowel bovengronds als ondergronds, maakt dat het arboretum een levend biodiversiteitsmuseum is. Niet al die diversiteit is makkelijk met het blote oog te zien, maar daarom niet minder belangrijk.
De grote rijkdom aan boom- en struiksoorten zorgt voor een grote rijkdom aan schimmelsoorten in de bodem. En dat wordt goed zichtbaar in de enorme rijkdom aan paddenstoelen in het najaar. De Kruisbekken zijn volop aanwezig vanwege de vele sparren met hun zaaddragende kegels. Het water bevat o.a. modderkruipers.
Het enige gebrek is dat bijv. de vlinderstand laag is. En dat geldt voor meer insecten. Oorzaak: minder kruidachtige planten vanwege de grote hoeveelheid bomen en struiken. Daarom is het nu zaak om het gras voor grote delen te gaan omvormen tot bloemrijk schraal grasland om de insectenstand flink op te voeren.

Heidetuin

Een van de populairste stukken in het arboretum is de heidetuin. In 1924 liet von Gimborn in zijn ontwerp een lange brede zichtlijn voor het geplande landhuis tekenen in een formele architectonische vorm (ronde en elliptische plantvakken, omzoomd met buxus, lage coniferen etc., daartussen kronkelende paden en omzoomd door een wand hogere bomen). Door geldgebrek kwam het huis er niet en werd de zichtlijn een enorme heidetuin.
De heidetuin was er in 2010 slecht aan toe door teveel schaduwwerking van de inmiddels forst uitgegroeide omzomende bomen. Na een paar jaar uitdunnen van de bomenrijen, het verwijderen van slechte heidevlakken en opnieuw aanplanten, is de heidetuin weer herrezen. Ook werden nu dwergrododendrons geplaatst op plekken waar toch nog veel schaduw valt.

Bijenstal en imkerij

Het arboretum kent al een jaar of vijftien een eigen bijenstal. Imker Wim Oerlemans zocht indertijd een geschikte plaats voor zijn bijenvolken. Eerst was de toenmalige leiding wat huiverig (“bijen steken”), maar nadat hij een maquette had gemaakt en wat meer uitleg over bijen had gegeven ging de directie akkoord. De stal werd op een mooie plaats neergezet, dicht bij het water, want bijen hebben gedurende het jaar heel wat water nodig, dus mooi als dat dichtbij te halen is.
Gemiddeld imkert Wim met circa tien volken. Omdat hij in een voor publiek toegankelijke plek imkert, heeft hij gekozen voor een zachtaardig bijenras, het zogenaamde carnica-ras. Samen met enkele andere imkers doet hij aan koninginnenteelt. Dit is nodig, omdat de weliswaar zuivere ras-koninginnen in hun bruidsvlucht paren met in totaal circa twintig darren, die van een ander ras kunnen zijn. Na enkele generaties zouden het dan geen zuivere carnica’s meer zijn.
In het voorjaar gaat ongeveer de helft van de bijenkasten naar fruittelers. Bijen zijn er immers vooral om voor bevruchting van de diverse gewassen te zorgen. Carnica-bijen zijn van origine afkomstig uit bergstreken in Oostenrijk en zuidelijker. Daarom zijn het snelle groeiers in het voorjaar. Als een volk uit de winter komt telt het 7000 tot 10.000 bijen. Begin mei kan dat gegroeid zijn tot 40 000 of meer. Het arboretum heeft in het prille voorjaar aardig wat te bieden aan nectar en stuifmeel. Daarna wordt het minder, maar bijen kunnen tot wel drie kilometer in de omtrek voedsel verzamelen. Daarom heeft Wim op de honing, die via het winkeltje in het park wordt verkocht, ook niet staan Honing uit het Von Gimborn Arboretum, maar Honing van de imker uit het Von Gimborn Arboretum.
Twee jaar geleden is er in het prieel bij de kleine vijver vlakbij de bijenstal een glazen bijenkast geplaatst. Vooral in het voorjaar en in de zomer is deze kast een bezoekje waard, je kunt dan de bijen bezig zien, precies zoals in hun natuurlijke omgeving: een holle boom.

Verder is Wim Oerlemans altijd bereid om op verzoek iets over zijn bijen te vertellen. Bezoekers aan de jaarlijkse Landelijke Open Imkerijdag (nota bene een tiental jaren geleden opgestart vanuit het Von Gimborn Arboretum!!) in het tweede weekend van juli kunnen dat ervaren (zie jaarprogramma 2016).

Arboretum en landschap

Als von Gimborn alles had kunnen uitvoeren zoals gepland in 1924, was het nu een heus “landgoed” en zou prima passen in de lange rij landgoederen op de Heuvelrug e.o. die nu de Stichtse Lustwarande vormen.
Het landschap van de Utrechtse Heuvelrug wordt al lange tijd mede bepaald door deze landgoederen en vaak nog de resten ervan na bewogen geschiedenissen. Dat laatste geldt dus zeker voor het arboretum.
Het arboretum ligt als een 'enclave' tussen de weilanden en grenst aan een kant aan de 'bewoonde wereld'. Helaas is het deze laatste begrenzing die een herkenbare ligging frustreert. Het arboretum is vrij 'onzichtbaar' in het landschap vanaf de drukkere route. Daarentegen is het zich vanaf de andere zijden nogal ondoorzichtig als een groene 'muur'. Von Gimborn hield duidelijk niet van openbaarheid en de universiteit heeft dat niet veranderd.
Op dit moment wordt op meerdere plaatsen de muur 'geslecht' en vensters gemaakt zodat bijv. met de fiets makkelijker even naar binnen kan worden gekeken, maar ook omgekeerd door de bezoekers naar buiten om zicht te krijgen op het omliggende vriendelijke landschap.

Beeldentuin Leo de Vries

Overal in Nederland zijn ze te vinden, op pleinen , in perken, bij scholen en kantoren, de ingetogen stenen beelden van Leo de Vries. Ook in het Gimborn Arboretum is hij nu al enige tijd rijk vertegenwoordigd met een aantal werken. Leo de Vries werd geboren in 1932 in Amsterdam, waar hij zijn hele leven zou blijven wonen tot hij er in 1994 overleed. Hij wist al vroeg dat hij beeldhouwer wilde worden, getuige het portret dat hij als jongen maakte van zijn zusje en dat hem een plek op de Rijksacademie in Amsterdam bezorgde. Ook volgde hij een opleiding voor steenhouwer die hij succesvol afsloot met een meesterproef. Er was inderdaad geen machine die nauwkeuriger werkte dan de Vries. Zijn beelden tonen stuk voor stuk zijn extreme toegewijdheid aan techniek en thema. Dat thema bleef zijn hele leven hetzelfde, het lichaam van de mens, alleen of in intieme relatie met de ander. De zwarte hardstenen versie van Romeo en Julia in het Arboretum is daar een prachtig voorbeeld van. De gesloten vormen die hij hanteerde geven ondanks het keiharde materiaal een teder karakter aan het bijeenzijn van de geliefden. Die geslotenheid, een sleutelwoord ook voor zijn persoonlijkheid, is een van de hoofdkenmerken van zijn werk.....
De samenwerking tussen de Stichting Leo de Vries en het arboretum kwam tot stand nadat twee werken van hem in 2011 al eens in het arboretum stonden i.v.m. een kunstmanifestatie. De stichting nam later weer contact op en bood de kans om op de laatste overzichtstentoonstelling van zijn werken in Scheveningen een aantal ervan uit te zoeken voor permanente bruikleen. De keuze vindt u in de beeldentuin Leo de Vries aan de achterzijde van het arboretum. De beelden zijn geplaatst in de magnoliacollectie vlak bij het rododendrondoolhof. Een van de grootste creaties van de Vries, de 'Pyloon' ziet u meteen bij binnenkomst in het arboretum tegenover de ingang van de winkel.

Steun het Nationaal Bomenmuseum | Steun biodiversiteit

Word Donateur

Bezoek ons op Facebook | Velperengh 13, 3941 BZ Doorn | info@gimbornarboretum.nl