Home  |   Openingstijden  |   Contact  |  

BIJZONDERHEDEN VAN HET VON GIMBORN ARBORETUM
Door Hans Persoon, conservator botanische tuinen van de Universiteit Utrecht

Het bijzondere van het Arboretum is, dat er veel bijzonderheden bij elkaar te vinden zijn. Van deze bijzonderheden zijn er veel te noemen. Ik bedoel bijvoorbeeld de grootte (Abies grandis, een reuzen zilverspar), de veelheid (Pieris floribunda) of de ouderdom (Pinus pumila, een klein, maar oud dennetje) van bomen, die best in een enkele tuin of bij een enkele kweker te vinden zijn, maar die bijzonder zijn, vanwege eerdergenoemde eigenschappen.

Bijzonder zijn ook bomen of struiken waar we een wildherkomst van hebben. Dit is met name voor planten uit China heel zeldzaam. Als voorbeeld geef ik Euonymus phellomanus (een kardinaalsmuts met brede vleugels langs de stengel),  waarvan de zaden wild in China verzameld zijn en die via connecties daar in ons bezit gekomen zijn.

Wat verder heel bijzonder is, is dat vanwege de enorme variatie aan planten er elk jaargetijde wel iets uitzonderlijk moois te zien valt. In april ziet het wit van de bloeiende Magnolia's, waaronder veel grote bomen. Je weet niet wat je ziet.
In mei zijn dat de rododendrons, waarbij de wel 60 jaar oude struiken van Rododendron 'Amoenum' opvallen door hun diep paarse kleur. Ze zijn lastig te kweken, vriezen vaak terug, maar hier staan wellicht de mooiste struiken van Nederland. Verder is het dan één groot kleurenpallet van rodo's (veel oude cultivar's die je niet veel meer ziet) en andere mei-bloeiers.

In de herfst kleuren de vele soorten esdoorns rood of geel of oranje. Esdoorn is één van de specialismen van het arboretum. We hebben veel soorten die je zelden aantreft in collecties bij elkaar, zoals bijvoorbeeld Acer pycnanthum, die op nog maar enkele plekken in het wild (in Japan) wordt aangetroffen: hij staat dan ook op de internationale IUCN-red-list voor in het wild bedreigde planten. Pas zo'n 40 jaar geleden voor het eerst naar Europa gebracht: die van ons zijn ruim 30 jaar oud. Verder niet veel te zien in Europa, zeker niet in dit formaat. Veel van onze Esdoorns vind je alleen in specialisatiecollecties, waar er maar een handjevol van zijn in Europa. Dit geldt zeker ook voor de Euonymus-collectie, die in de herfst prachtige rode en oranje kardinaalsmutsvruchtjes draagt.
In de winter hebben we fraaie winterbloeiers bij de toverhazelaars, waarvan er één hier in het arboretum ontwikkeld is en die erg lekker ruikt: hij heet dan ook Hamamelis x intermedia 'Gimborn's Perfume'. Zo zijn er meer cultivar's die in het arboretum ontwikkeld zijn en de markt op gegaan zijn. Ook al weer zo'n bijzonderheid van het park.

Qua beleving is zowel het rodobos met zijn labyrint-achtige paden door metershoge rododendrons (Himalaya-gevoel), als het Tsuga-bos (Canada-gevoel) het noemen waard. Ik denk dat in de weide omtrek niet zo'n mooie verzameling Tsuga's (Hemlock sparren) te vinden is. Bovendien zie je een aantal soorten maar zelden in cultuur. De heidetuin en de oosterse hoek met z'n markante huisje geven weer heel andere sferen om je in onder te dompelen: en allemaal beplant met bijzondere plantensoorten.

Veel bomen zijn moeilijk te kweken en/of groeien heel langzaam. In het arboretum staan van een aantal van deze bomen grote en/of oude exemplaren, die in dit formaat maar zelden buiten hun oorspronkelijke areaal te vinden zijn. Te noemen zijn: de Kransspar (Sciadopitys verticillata) en de Lepelboom (Kalmia latifolia). Deze geven ook zaad, dat we naar botanische tuinen overal ter wereld versturen.

Zo'n uitgebreide en gezonde opslag van bijvoorbeeld Salal, Gaultheria shallon (vind je veel als groen in bloemstukken) of Pieris floribunda (kleurt een deel van het arboretum wit in april), vind je haast nergens. Ze staan als 'onkruid' in de ondergroei van het bos. Onze Magnolia-verzameling is ook werkelijk uniek: niet zozeer vanwege de zeldzaamheid van de soorten, maar meer vanwege het aantal grote bomen van verschillende soorten die hier bij elkaar staan: vele leveren goed zaad. Ik noem:
Magnolia acuminata (een gele uit Amerika), Magnolia salicifolia (een witte april-bloeier uit Japan), Magnolia virginiana (bloeit later in het jaar) etc.

Enige tijd geleden werd ik benaderd door een Belgische dendroloog, die stekken wilde van Alnus glutinosa 'Minutifolia' (een zwart elsje met zeer kleine blaadjes). Hij had stad en land afgezocht en had hem niet kunnen vinden. Het is een oude cultivar die blijkbaar niet meer interessant is voor de handel en daarmee zeer zeldzaam geworden. Zo staat het arboretum vol met bijzonderheden en zeldzaamheden. Dit laatste boompje is wellicht het zeldzaamste object in het arboretum.

Het meest bijzondere van het arboretum is het aantal bijzonderheden, meer nog dan de exclusiviteit ervan. Het arboretum is een ware schatkamer. Het belangrijkste van het arboretum is misschien wel, dat vrijwel iedere boom een naam(bordje) heeft en een eigen nummer en registratie, en daarmee dus een herkomst en een verhaal.



Ontwerp en realisatie gesponsord door : Eye & Image en DMansion ICT